Archief voor de ‘werkvormen’ Categorie

Een muur klaar voor creativiteit

Van de week was ik bij DesignThinkers voor een Co-creatiesessie over onze prijsvraag voor innovatief reizen.  De locatie is sowieso een aanrader, want we werden door toeristen gefotografeerd en er werd zelfs een Aubade aan ons gebracht door mensen die ‘Geef mij maar Amsterdam’ op de muur zagen staan.

Ik maakte daar ook kennis met het Service Innovation Canvas. Volgens DT is het een kader voor een mens-centraal businessmodel, gebaseerd op waarden. Het verschilt zich van het Business Model Canvas waar ik het eerder over had doordat het de omgeving, het netwerk van sleutel partijen centraal staat. Daarnaast wordt ook het ontwerp van de dienst, het product centraal gezet.

Voor een campagne zoals wij die gaan voeren rond reizigers helpt dit je om een combinatie te maken, tussen je doelen, je waarden en het ontwerp zelf. Samen met DT werd ons concept concreet.

En weggaan uit een workshop na èn een goed resultaat te hebben bereikt èn toegezongen te zijn streelt de creatieve ziel.
Service Innovation

Deze tijden van crisis zijn voor de echte ondernemende creativeling juist de jaren om voor zichzelf te beginnen. Misschien zijn we in 2020 wel allemaal ZZP’ er. Maar hoe te beginnen? En wat verkoop ik nu eigenlijk? Mijn uren? Een product? Een workshop?

Voor veel ZZP’ers is dat pas iets waar ze later aan denken. Ook voor andere mensen met ideeën is het businessmodel vaak niet het uitgangspunt. In mijn dagelijkse werk als adviseur voor innovatieprojecten merk vaak dat een Uitvinder zijn idee heeft, en het maar moeilijk vindt om dat te toetsen.

Wat kun je daar als Facilitator nu in betekenen? Wel best veel. Er zijn vele manieren om in een workshop een businessmodel te ontwikkelen. In deze blog bespreek ik mijn favoriete model.

Alexander Osterwalder heeft het Business Model Canvas ontwikkeld. In 9 vlakken worden de belangrijkste elementen voor een business model uit ééngezet. Wat is de Waarde propositie, Wat zijn de Sleutelpartners, activiteiten, resources, klantensegmenten, -relaties en -kanalen. En daaronder: wat zijn de inkomstenstromen en kostenstructuren.

Om een concreet voorbeeld te geven uit het boek van Osterwalder. Toen Lego door klanten ontworpen kits ging maken, kwam er nieuwe waardepropositie, met nieuwe flexibele kits. Hierdoor ontstonden er nieuwe klantenrelaties en een gemeenschap van bouwers, en werden nieuwe inkomsten stromen gegenereerd. De kosten van de fabriek moesten flexibel worden gemaakt. Klanten worden zelf Sleutelpartners. Het kanaal dat dit mogelijk maakt is een nieuwe website.

Zie dit filmpje voor een verdere beschrijving van het model

Voor de facilitator zijn er verschillende invalshoeken. Zo kan je bijvoorbeeld 3 groepen vanuit een ander punt laten starten: de klanten kant, de aanbod kan of de waardepropositie. Of je begint bij de inkomstenstromen. Vier keer krijg je dan een ander businessmodel, en dat kan dan als startpunt dienen voor een goede discussie.

Een ander beginpunt is om eerst te kijken naar het verhaal van de ondernemer, zijn ‘story’. Door dat vervolgens te ontleden krijg je een aantal elementen (eventueel visueel) die vervolgens in de verschillende vlakken te verdelen zijn.

Na een aantal modellen te hebben gecreëerd is het nuttig om ze te gaan onderzoeken. Je kan bijvoorbeeld diverse scenario’s laten maken, en wat voor invloed dat heeft op het model. Een ander idee is om te kijken naar de omgeving: wat zijn de belangrijkste trends, wat zijn krachten in de branche (concurrentie), de krachten in de markt en die van de macro economie.

Ook is het interessant om te kijken of bijvoorbeeld voor alle klanten hetzelfde model geld. En heeft het model nog interessante bijproducten. Amazon is hier een mooi voorbeeld van. Ze ontdekten dat ze hun servers voor hun winkel ook konden gebruiken om ruimte op de server te verhuren. Andere invalshoeken zijn een duurzaamheidsinvalshoek (welke invloed heeft mijn proces op de wereld) of te kijken naar bepaalde afdelingen (infrastructuur management, klantrelatie, productinnovatie). Een model kan ook multisided zijn, wanneer de ene klant (bv een bezoeker), waarde heeft voor de andere (een adverteerder).

Vervolgens is het goed om het businessmodel te evalueren. Per vlak kan je een Swot-analyse (Sterkte, Zwakte, Kansen, Bedreigingen) houden. Hierdoor jij of de ondernemer zien hoe robuust het model is.

Daarnaast is het goed om met de ondernemer te kijken naar de strategie. Kim en Mauborgne hebben hiervoor bijvoorbeeld de Blue Ocean Strategy. Hier bij gaat het om het Elimineren van factoren die eigenlijk achterhaald zijn, het terugdringen van factoren die tegenwerken, het verheffen van factoren tot boven de industriestandaard en het creëren van nieuwe factoren.

Het standaard voorbeeld hiervan is het Cirque du Soleil.  Dit Canadese concern bracht een unieke combinatie van circus en ballet op de markt en elimineerde tegelijkertijd ook kosten uit het traditionele circus, zoals de circusdieren en de sterartiest.

Het boek dat Osterwalder hierover heeft geschreven is zeer de moeite waard en biedt veel inspiratie. Het is hier te koop. Het model zelf is gratis te downloaden op zijn site. Hier is ook een community om van elkaar te leren.

Wat hebben jullie voor businessmodel?

Soms is het vak zo makkelijk. Ik vroeg tijdens een bijeenkomst van Social Media Ambassadeurs afgelopen dinsdag een op volgorde van het aantal volgers te gaan staan. Ik was benieuwd wat er zou gaan gebeuren. De omgeving was gelukkig veilig genoeg dat de deelnemers niet het gevoel hadden de grootste te moeten zijn. Maar er kwamen door het inzicht dan ontstond bij het staan in de ruimte wel veel discussies los

- Sommigen splitsen zich in tweeën: zakelijk/privé

- Tweet je over je werk, en/of in opdracht van je werk

- Privacy maatregelen of op facebook foto’s zetten.

En dat is het mooie van ons vak. Een simpele vraag of opdracht; Veel energie en passie uit de mensen.

Stel je voor. Je loopt dagelijks een rondje. Het Lint in Leidsche Rijn, rond het Vondelpark. Goed voor je conditie, en misschien ren je met een gezellige vriendin. Je gaat langzaam vooruit, maar toch na een tijdje neemt de motivatie af. Nike was één van de eersten die daar op insprong met Nike+. Dit zorgde dat je je tijden kon opslaan en daar mooie grafieken over kreeg. Daarnaast kan iemand die ziet dat je aan het rennen bent sinds kort op Facebook je van afstand aanmoedigen door je status te liken.

Zombie Run gaat veel verder. De App maakt van rennen een avontuur. Een hoorspel op je speakers, en je wordt beloond met prestaties als je hard genoeg loopt. Dan heb je de Zombies ontloopt. Dit zou mij – als gamer – persoonlijk erg motiveren. David Nieborg schreef hier een mooi stuk over voor NRC Next. Dat de mens van nature graag speelt weten we al lang, lees Johan Huizinga‘s klassieker “Homo Ludens” (1938) er maar op na.

Dit gebruik van elementen van video games in het dagelijkse leven heeft Gamification. Door regels en beloningen, die zijn ontwikkeld bij het ontwikkelen van spellen toe te passen in de echte wereld, kan je gedrag gaan sturen. Voor marketeers is het een manier om je doelgroep meer te betrekken bij je product. Door gamification ben je bezig je klanten langer vast te houden (Retain), door ze te belonen (Reward) of te gebruiken (Recruiten) voor bijvoorbeeld een Enquête waar je punten voor krijgt.

Maar het is meer dan alleen dat. Gamers kunnen ook op deze manier vrijwillig leren. Immers, ze zijn bezig regels van complexe systemen te ontdekken, en proberen om steeds beter te beheersen.  Nieborg noemt dit “Gamings dirty little secret”. Binnen Agentschap NL gebruiken we ook serious games om vaardigheden over te brengen. Dat is echter iets anders, dat is vaak een evenement, een echt spel. Dit gaat langzamer en zonder dat de deelnemers zich daar bewust van zijn.

Moderatoren spelen eigenlijk ook een spel. Door het kiezen van een goede ruimte, en het opzetten van werkvormen, beïnvloeden ze de deelnemers. Eigenlijk zijn de ontwerpers van Gamefication processen ook een soort Moderatoren. Alleen, ze faciliteren de sessie niet zelf, maar bewaken de regels en beheren het proces van afstand.

Aan de andere andere kant kan je tools van gamification ook in sessie gebruiken. Ik hielp de sessie van SMC030 deze maand mede organiseren, omdat ik eerder kritiek had geleverd op het format. Nu hebben we live een gamefication tool, Roamler, toegepast op de sessie.  Mensen werden gestimuleerd door de app om tijdens de bijeenkomst ideeën hoe SMC030 gamification kon gebruiken. Het resultaat is hier te zien.

De Truc wordt nu om een concrete doelstelling te koppelen van Gameprocessen en de gedragsverandering die ze te weeg kan brengen. Gelukkig zijn Gamers juist vaak te motiveren met een Queste van Episch belang , Epic Meaning. En er wordt al veel mee geëxperimenteerd. Jane McGonical van het “Institute for the Future” vertelt in de TED talk hieronder vier concepten. Eén is om mensen beter om te laten gaan met Peak Oil.  Een andere heet Evoke, en stimuleert en ondersteunt mensen om in tien weken de wereld te veranderen.

En u dacht dat gaming alleen leidde tot schietgrage jongetjes…

Voor dit stuk is gebuik gemaakt van de presentatie van @gamespacenl op #smc030 en het verslag van @sydneywurth over die bijeenkomst.

Onlangs was ik op drie plekken waar Visual Harvesting werd toegepast. Dit is dat direct tijdens het congres of workshop tekeningen worden gemaakt van het besprokene.

Deze oogst heeft veel functies:

1. Begrip

In een workshop samen met Japanners, waar taal natuurlijk altijd een issue is werd Visual Harvesting gebruikt om een gezamenlijke beeldtaal neer te zetten.
japan
(Tekening van de tekenaars van het LEF Future center, workshop voor het Equal project)

2. Concreet maken van concept

Bij workshops gaan de ideeën vaak alle kanten op, en kan een tekening helpen om de gedachten op papier te zetten. Hier een tekening van Auke Herrema om klantprofielen bij de spoorwegen.
Harv

3. Mindmap

Na een congres weet je vaak niet meer wat je allemaal hebt gezien, of kon je niet alles zien. Zelf een mindmap maken is natuurlijk het beste, maar ééntje meekrijgen helpt natuurlijk ook.

(Tekening van Bernard Winsemius)

4. Aandenken

In plaats van een USB-stick, kan een tekening veel meerwaarde hebben om te verspreiden. Daarnaast zie je dat tekeningen over creatieve concepten vaak hergebruikt worden, en zo wordt de impact groter. Wij werden nog jaren later gevraagd of deze tekening van Robin Hoenderdos mocht hergebruikt worden bij Mobiliteitsplannen in bedrijven.

Tegen

Vergeet niet dat het maken van een tekening ook een creatief proces is dat kan helpen. Wanneer je iemand anders laat visualiseren, dan bepaal je daarmee het discours. Hiermee stuur je de uitkomst en blokkeert soms nieuwe ideeën. Ook dit is een instrument waar je selectief mee moet omgaan.

En verder

Naast visual harvesting is natuurli tegenwoordig ook een storify verslag een idee, zoals hier op het succesvolle Syndesmolab. Bij een Open Space maken mensen vaak zelf het verslag. Daarnaast hoorde ik ook over mensen die een lied componeren tijdens een workshop. Wie kent er meer opties?

De eerste keer dat ik met de kracht van het simulatiespel in aanraking kwam, is toen we voor JongEZ een simulatiespel in elkaar draaiden rond oud vliegveld Valkenburg. Wat nu te doen met het terrein nu het niet meer als vliegkamp werd gebruikt? Woningbouw of toch iets anders?

Jonge EZ-Ambtenaren stoeiden, vaak voor het eerst in een (gemaakte) politieke wereld, en ontdekten dat goed ontwikkelde plannen, soms in de praktijk niks waard zijn. Ook ontdekten ze hoe dat voelt, en om die ervaring ging het. Dat gevoel had ik ook gehad, in het echt, maar eerder in spellen rond Purmerend en de Zuiderzeelijn. De Campus Den Haag van de Leidse Universiteit was zo onder de indruk dat ze het spel kochten en voor hun eigen leergang gingen gebruiken.

Onlangs deed ik mee in het LEF Future Center aan een simulatiespel rond het Nieuwe Werken, georganiseerd in samenwerking met Het Buitenhuis (o.a. @yuenyen als trekker). Grappig hierbij is dat het onderwerp (Het WK voetbal organiseren in 2018) hier eigenlijk maar een bijrol speelde. De bedoeling hier was om te testen of een serious game kon bijdragen aan het invoeren van het nieuwe werken. De deelnemers moesten zelf uitzoeken of Yammer, Skype, Google Docs, de “ouderwetse GSM” of andere samenwerkingsvormen hun konden helpen om samen te werken. Hier ging het dus om serious gaming toe te passen om samenwerk-vaardigheden te trainen.

En daarmee komen we aan de kern van simulatiespellen of “serious gaming“. Het zijn in mijn optiek middelen om vaardigheden over te brengen. En dat hoeft helemaal niet zo uitgebreid en ingewikkeld te zijn.

Onlangs ging een collega weg. In het kader van Kennisbehoud hebben we een simulatiespel georganiseerd. Eerst werd in een successenworkshop gekeken welke interventies deze collega in het verleden had gedaan om doorbraken te bereiken in een vastzittend proces. Vervolgens werden die interventies ontleed volgens de theorie van het politiek handelen van Hetebrij. Hier schreef ik al eerder over op dit blog.

Vervolgens werd een fictieve situatie gecreëerd, die wel moest vastlopen. Details hierover (de situatie en de rollen, vrij te gebruiken) vind je na de “Lees meer”. De deelnemers mochten vervolgens hun eigen interventie bedenken. Hierbij stond de positionering, het gebruik van communicatie/macht en de agendering centraal.

De collega die wegging mocht vervolgens als in een “Masterclass” hun interventies beoordelen. En zie, de expert had het anders aangepakt. De deelnemers leerden op deze manier hoe het speelveld te veranderen. Wat opviel is dat de deelnemers zich in de optiek van de expert precies de vragen gingen stellen, die je ook in het echt stelt.

Het hele spel duurde een klein uur in een debrief van drie uur, maar leverde meer impliciete kennis op dan in alle dossiers stond.

(more…)

Gisteren was ik na een tip van Anna Pastor op een bijeenkomst van de Social Media Club 030, waar de 030 in voetbal/telefoonboektraditie staat voor Utrecht. Het was in Seats2Meet Maarssen (0346 trouwens). Een per fiets onbereikbare plek, maar verder prima verzorgd.

De club houdt zich bezig met nieuwe ontwikkelingen op het gebied van Sociale Media. Veel van de deelnemers hebben al aardig wat expertise op dit gebied en vaak is het zelfs hun vak. Het instap niveau van de deelnemers is dan ook best hoog. Dat is best een uitdaging voor de sprekers. Immers, je standaard corporate presentatie wordt niet echt gewaardeerd. In die valkuil viel bijvoorbeeld Tim van de Rijdt van Google+. een leuk filmpje van Wil.I.am die een functie gebruikt mag een leuk onderdeel van een presentatie zijn, hier was er vooral scepsis.  Overigens was er wel een briljante presentatie over Facebookmarketing van Peter Minkjan.

Maar deze blog gaat eigenlijk over iets heel anders. Een hypermodern onderwerp als Social Media werd besproken door middel van (Powerpoint/Keynote)presentaties. Op de succesvolle netwerkborrel bleek dat iedereen te popelen stond om zijn of haar verhaal kwijt te kunnen, en dat er veel energie en creativiteit in de groep was, die alleen maar wachtte om te worden bevrijd. Dat was ook te zien aan de zeer levendige Twitter stream, waar men ging mopperen bij een slecht verhaal, en loofde bij een goed verhaal. Daar werden ook inhoudelijk goede punten gemaakt, maar ze niet opgepakt in de bijeenkomst zelf.

Al eerder heb ik op dit blog gepleit voor vormen als Pecha Kucha, waar sprekers door het format (6 minuur 20, 20 slides op automatisch, alleen beelden) worden gedwongen naar hun kernboodschap te kijken en aan de hand van beelden hún verhaal te vertellen. Dit zou op een avond als deze een kleine twintig minuten aan presentaties opleveren, met veel ruimte voor discussie en dialoog.

Een andere vorm die zeer bij een bijeenkomst als deze past is de zogenaamde “Open Space“. Dat is een werkvorm waar 10-1000 mensen toekomst gericht en kritisch kunnen bezig zijn, met als hoofdgedachte dat de koffiepauze eigenlijk het belangrijkst is op een congres, daar vinden de contacten en de discussies plaatst. Waarom zou je van de hele conferentie geen koffiepauze maken. Zelf heb hier goede ervaringen mee met bijvoorbeeld marktconsultatie voor architecten die we organiseerden. Het ministerie van EL&I kon eindelijk echt uit de markt zien waar de problemen (hebben kleine bureaus een kans als ze al een half ontwerp voor toekenning moeten maken) en kansen lagen. Overigens ook de eerste plek ooit waar ik als linkshandige in de meerderheid was.

Open Space is een simpel raamwerk waar deelnemers zelf de Agenda bepalen, eventueel na een aftrap als een pecha kucha, en zelf eigenaar worden van ene discussie. In verschillende ruimten zijn  faciliteiten gemaakt om te discussiëren. Degene die het onderwerp op de agenda heeft gezet (een “slot” heeft geboekt in een groot schema dat op een centrale plek hangt) is ervoor verantwoordelijk dat er een verslag komt aan het einde (hij hoeft dit niet zelf te maken)

In Open Space zijn er vier principes:

De deelnemers zijn de juiste personen
Wat er gebeurt, is het enige dat kan gebeuren
Het begint wanneer het begint
Als het voorbij is, is het voorbij

- en ÈÈn wet, de Wet van de Twee Voeten:

Als een deelnemers zich in een situatie bevindt waarin hij niets leert, niet geinspireerd wordt, en evenmin het gesprek een betere richting kan geven, is hij verplicht zijn twee voeten te gebruiken om naar een productiever gesprek te gaan.

Deze wet heeft onder meer tot gevolg, dat deelnemers die zichzelf graag horen praten, na 10 minuten alleen zijn – de anderen zijn vertrokken – , en dat de minder productieve diskussies snel eindigen

(regels  van http://www.openspaceworld.org/dutch/index.html)

Wat denken jullie? Zou een Open Space voor de Social Media Club een toegevoegde waarde hebben? Ik help graag mee organiseren, want het blijft een fascineren onderwerp.

En anders is er altijd nog de borrel.

Martin Hetebrij beschrijft in zijn boek “Macht en Politiek handelen in Organisaties een onderwerp dat in Nederland vaak taboe is. Macht en hoe je dat kan inzetten in een organisatie. In Nederland, in onze ogenschijnlijk egalitaire samenleving gebruikt iedereen natuurlijk wel macht, maar worden de structuren zo opgezet, dat het polderen, inieder geval aan de oppervlakte domineert. Dat laat onverlet, dat het goed gebruiken van macht, en het slim politiek handelen ook, of misschien wel juist in onze organisaties plaatsvindt

Hetebrij gebruikt Hannah Arendt‘s “Human condition” om te onderscheiden hoe een mens eigenlijk kan handelen. Zij onderscheidt het “arbeiden”, zaken om te overleven, voedsel maken. Daarnaast is er “werken”, het maken van duurzame goederen en andere dingen die van te voren zijn bedacht. Tenslotte is er “Action”, het handelen en communiceren. Als je dit doet om je doel te bereiken, gebruik je je “Virtu”, zoals Macchiavelli dat in zijn meesterwerk “Il Principe” omschreef en neem je het lot in je eigen handen. Hierover gaat het in deze blog

.

(more…)

De GPS-Kit uitgepakt

Posted: 3 februari 2012 in werkvormen

Onlangs was ik in Leuven bij Flanders DC. Peter Bertels gaf mij daar een GPS Kit. Hun instrument om bedrijven aan creatieve brainstormen te helpen. Maar wat zit er eigenlijk allemaal in. In dit filmpje pak ik hem uit.

Je gebruikt de toolbox om vanuit diverse trends ideeën te genereren. Het COCD heeft onlangs een mooie lijst met diverse trends uitgebracht, deze vind je hier. Bijvoorbeeld deze geweldige metrokaart met trends.

Het waardenspel

Posted: 30 januari 2012 in cursus, werkvormen

Aardigheidje van Schouten en Nelissen, bij hun gratis aan te vragen Groeibox, zit een spel dat ook goed in een team te gebruiken is, het waarden spel. Er zijn rond team ontwikkeling veel van dit soort vormen, zoals teamthema’s van Ardis en het kwaliteitenspel. Allen dienen om waardes, talenten of kwaliteiten van team of individu bespreekbaar te maken. Immers, waar dit bespreekbaar wordt, onstaat begrip en synergie.